|
Staff |

|
|
|
Achtergrond startverbod
Wanneer de ringarts van mening is dat een vechter na een partij een rustperiode moet hebben kan de ringarts besluiten een startverbod op te leggen om het herstel te bevorderen
en zodoende de gezondheid van de vechter te bewaken. De ringarts kan bij het opleggen rekening houden met eventueel eerder opgelegde startverboden, recente zware partijen, het verloop tijdens en na de wedstrijd.
Het startverbod is geen straf, maar een beschermende maatregel. Het opleggen van deze maatregel is ten alle tijden voorbehouden aan het inzicht van de ringarts.
Wij zijn van mening dat wanneer de ringarts een startverbod heeft opgelegd een (relatieve) rustperiode nodig is voor een goed herstel.
Ons advies is dan ook om niet alleen af te zien van wedstrijdsport in deze periode, maar ook de training de eerste twee tot drie weken volledig te staken. Vermijd overmatige inspanning in deze periode en gebruik geen alcohol. Na deze periode kan de vechter alle facetten van de training geleidelijk aan weer hervatten. Bij aanhoudende klachten van hoofdpijn, vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid enz. dient contact met de huisarts te worden opgenomen.
Wanneer het herstel niet volgens verwachting verloopt dient de ringarts hierover geïnformeerd te worden. In het belang van de gezondheid van de vechter zou de ringarts kunnen besluiten het startverbod te verlengen. In voorkomende gevallen is overleg tussen de ringarts en de behandelaar (huisarts of specialist) van belang.
Het kan voorkomen dat de vechter het oneens is met het feit dat een startverbod is opgelegd. Hiervoor is een bezwaarprocedure ontwikkeld. Klik hiervoor op de button “bezwaarprocedure startverbod”.
© Fighting Doctors
|
|